Artikels

Gepost op 15 okt 2014 door Decock Tim


Artikel 1 : Preklinisch oedeem


Over de term “preklinisch oedeem” is in de literatuur heel weinig te vinden, maar het betreft die patiënten die klagen over “zwaartegevoel , sensibiliteitsstoornissen, warmte,…”.
Op het eerste gezicht lijkt er geen verschil tussen beide extremiteiten, niet bij volumemeting, noch bij omtrekbepaling. Vandaar dat er in de realiteit zo licht wordt omgegaan met dit klachtenpatroon. Er is immers enkel een subjectieve gewaarwording van de patiënt als diagnosecriterium.
Toch negeren we deze klachten beter niet omdat ze mogelijk het begin zijn van wat in het volgende stadium als lymfoedeem wordt omschreven. Bij het onderzoek baseren wij mldv-therapeuten ons op de Stemmertest, die reeds de diagnose van lymfoedeem kan vaststellen en ons zo de mogelijkheid biedt onmiddellijk te starten met de MLDV-behandeling ( preventief).
Op het NVFL-congres in Rotterdam (2012) hield Dr.-Ass. An Tassenoy een zeer interessant betoog over het preklinisch oedeem en de diagnose ervan. Zij toonde aan dat dit stadium reeds kan gedetecteerd worden via beeldvorming, met name echografie en/of US elastografie.
Ingeval van lymfoedeem zijn er veranderingen vast te stellen ter hoogte van de reeds verdikte dermis en subcutis, met name hypo-echogene veranderingen van de dermis t.g.v. overtollig interstitieel vocht in de collageenmatrix van de dermis en in de de subcutis hypo-echogene veranderingen in een vrij acuut stadium t.g.v. toename van vocht.
Het pre-operatief meten van beide armen en het noteren van de dominante arm van de patiënt worden vaak over het hoofd gezien. De dominante arm is van nature al steviger gebouwd dan de andere. Na mammectomie blijft een toename van 1 à 2 cm (mogelijk reeds lymfoedeem) aan de niet-dominante arm veelal onopgemerkt.
Het belang van een snelle diagnose hoeft dus geen betoog. Aangezien het niet-zichtbare pre-lymfoedeem zich in de acute fase nog maar enkel in de lymfvaten bevindt, starten we best reeds in deze fase met de manuele lymfdrainage ad modum Vodder.
Door de manuele lymfdrainage kunnen we alle lymfbanen en tevens de collateralen stimuleren. (cfr. Prof. Radioloog M. Collard)
Hier ligt echter al te vaak het probleem. In de realiteit zien we dat de patiënt bij aanvang bij een niet-gespecialiseerde arts of therapeut terechtkomt met subjectieve klachten. Aangezien er geen verschil te meten valt tussen bvb. de beide armen, wordt de klacht van 'de zware arm' dikwijls genegeerd of geminimaliseerd.
Het is dus in het belang van de patiënt dat deze zo snel mogelijk naar een gespecialiseerde therapeut wordt verwezen zodat meteen de juiste diagnose gesteld kan worden en gestart met de juiste behandeling, ook al ligt slechts een subjectieve klacht aan de basis.
In een tijd waar via zoveel netwerken communicatie mogelijk is, moet toch de samenwerking van alle betrokken medische disciplines beter benaderd kunnen worden met tot doel... de patiënt effectief helpen. Het voorkomen van een aangekondigd lymfoedeem evenals het behandelen van het subjectief oedeem - wat soms meer invaliderend kan werken dan een “klachtenloze” dikke extremiteit - moeten prioriteit krijgen.
Vermoedelijk zijn er meer zulke patiënten dan we zelf beseffen. Ook zijn we vaak te zeer gefocust op de objectieve meting. Bij uiteindelijke constatering van oedeemvorming is het "kwaad" echter al geschied. Belangrijk is dat bij een vroegtijdige, preventieve behandeling de patiënt ook alerter reageert voor het geval dat zich een zichtbare en meetbare zwelling ontwikkelt, waardoor hem een irreversibel oedeem bespaard blijft.
En zeer belangrijk….de vermindering van de levenskwaliteit wordt niet alleen bepaald door volumetoename maar wel door tal van algemene klachten. We mogen als oedeemfysiotherapeut niet in de val lopen door enkel oog te hebben voor eventueel armlymfoedeem, maar voor de gehele mens waartoe die arm behoort!
We kunnen ons perfect voorstellen dat die persoon met borstkanker nog heel wat meer kopzorgen heeft dan alleen maar het voorkomen of laten behandelen van armlymfoedeem. Zijn eerste bekommernis is immers kanker overleven. Naast angst, slapeloze nachten, pijn, functieverlies, concentratieproblemen, spijsverteringsproblemen... heeft ook zijn medische nabehandeling een zeer grote impact.
De eigenheid van de MLD Vodder-opleiding in de Virginia Cool School is naast de symptomatische, fysische behandeling van oedemen gecombineerd met uitgebreide complextherapie in het bijzonder aandacht te schenken aan preventie, algemeen welzijn en de algemene verbetering van de 'quality of life' van de patiënt.
(cfr. studie over 1300 patiënten behandeld met MLDV).
In het licht van de huidige neurowetenschappen en steunend op 40 jaar ervaring wordt in deze opleiding tevens het belang van de ' motivatie, kennis, techniek, concentratie en vertrouwen' bij de therapeut zelf onderlijnd, want dit zijn immers de onontbeerlijke condities waaraan de therapeut dient te voldoen om het slagen (de excellentie) van zijn behandeling in te leiden.(Daniel Goleman).
Precies daaraan kunnen de resultaten van voornoemde studie toegeschreven worden. Graag zou ik dan ook alle oedeemtherapeuten die dit lezen warm willen aanbevelen om zich meer te focussen op de “mens in zijn totaliteit” en niet enkel op het “probleem” zelf
.



Tim Decock    Docent MLDVodderschool Virginia Cool




Volgend artikel

Artikel 1 van 3 32 1

Foto Galerij